Deze pagina in het nederlands This page in english ABO on YouTube ABO on Facebook
home ton koopman
Blijf op de hoogte! Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
cart
play
fwd
Beluister fragementen
«

Matthäus Passion

Ook authentieke ‘Matthäussen’ kunnen sterk verschillend zijn

Passiemuziek

Door Kasper Jansen 

De diversiteit aan uitvoeringsstijlen van Bachs Matthäus Passion neemt nog steeds toe bleek tijdens drieu itvoeringen in het Amsterdamse Concertgebouw onder leiding van ‘authentieke’ dirigenten. Binnen die richting, die vanaf 1975 de muzikale macht goeddeels overnam, lijkt nu sprake van een retrobeweging. Sommige kenmerken van de ooit zo verfoeide vooroorlogse Mengelbergstijl keren terug. Zo kwam Philippe Herreweghe bij het Koninklijk Concertgebouworkest met een vaak volle klank en een bulderend ‘Barabbam!’, alsof daar drie uitroeptekens in de tekst staan. Ook in Sind Blitze, sind Donner sorteerde hij het meeste effect: overdonderend met flinsend bliksemende sopranen.

Paul McCreesh en Michael Padmore hadden ooit aan acht zangers genoeg voor alle soli, koren en koralen. Herreweghe, die het in 2012 nog met 32 zangers afkon, had er nu 68, inclusief kinderkoor. Richard Egarr had een dag eerder bij de Academy for Ancient Music voor de oerversie van de Matthäus (1727) slechts 26 zangers nodig, zonder jongenssopranen. Ton Koopman bracht de Matthäus bij zijn Amsterdam Baroque zoals hij die al decennia op zeer gerespecteerde en levendige wijze doet met een middelgrote besetting.

Herreweghe, die in 1976 met zijn Collegium Vocale Gent al meewerkte aan de legendarische eerste Amsterdamse Matthäus van de grote ‘authentieke’ hervormer Nikolaus Harnoncourt, liet zijn koorzangers vaak ook nog eens zeer luid zingen. Ze kregen in de balans met het voortreffelijke orkest de hoofdrol. De koralen klinken met EO-achtige nadrukkelijkheid, maar altijd wel wonderlijk transparent en verstaanbaar. Bij Koopman was die articulatie wat minder.

Over de tempokeuze is minder verschil van mening. Hereweghe is meestal snel. Egarr, die de Matthäus bij het Concertgebouworkest zal dirigeren, was vaak vortvarend, maar kwam ook met aansprekende contrasten. Er was felle dramatiek én verstilde bezinning, zoals in het zijdezacht langzame Komm, süßes Kreuz met nauwelijks hoorbare luitbegeleiding.

Koopman hield in alles het midden. In zijn cast excelleerden slechts de Evangelist Tilman Lichdi en de coutnertenor Maarten Engeltjes, met zijn roerende schroomvalligheid. Voor wie ooit het Aus Liebe van Arleen Augér hoorde, was de snerpende sopraan Hana Blazikova onverdraaglijk. Bijzonderste moment: het extra hanengekraai van Koopman op zijn orgeltje.

De cast van Herreweghe was goed (sopraan Carolyn Sampson en countertenor Damien Guillon) tot uitstekend (Thomas Bauer als Christus). De indrukwekkendste zanger bij Egarr was James Gilchrist, een fenomenaal expressieve Evangelist – woedend over lijden en sterven van Christus.